ECLI:NL:RVS:2017:3475
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boetes voor woningonttrekking zonder vergunning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan drie eigenaren van woningen bestuurlijke boetes van €24.000 per persoon op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. Dit volgde op een inspectie waarbij toeristen werden aangetroffen die de woningen via een hotelsite hadden geboekt.
De appellanten voerden aan dat de boetes geen wettelijke grondslag hadden omdat de Huisvestingswet was ingetrokken en vervangen door de Huisvestingswet 2014, waarin het verbod op woningonttrekking anders was geregeld. De rechtbank oordeelde echter dat de oude Huisvestingswet via overgangsrecht en ongewijzigde bepalingen in de Huisvestingsverordening nog van toepassing was, waardoor het college bevoegd was tot het opleggen van de boetes.
Verder stelde het college dat de appellanten als eigenaren verantwoordelijk waren omdat zij op de hoogte waren van de kortdurende verhuur aan toeristen. De Raad van State bevestigde dat het college de boetes terecht had opgelegd, dat de hoogte van de boetes passend was en dat het legaliteitsbeginsel niet was geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boetes van €24.000 per eigenaar bevestigd.