ECLI:NL:RBROT:2018:5242
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.V. van Baaren
- H. Bedee
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Intrekking AIO-uitkering wegens niet-melding vermogen in Turkije en rechtmatigheid onderzoek
Eisers ontvingen sinds 2007 een AIO-uitkering die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 2007-2015 vanwege niet-melding van een onroerende zaak in Turkije. Dit volgde op een onderzoek in het kader van het project AIO 2e tertaal 2016, waarbij eisers een formulier ondertekenden waarin zij hun verblijfplaats in Turkije vermeldden. Bij een huisbezoek werd vastgesteld dat eiseres een stuk grond bezit in Turkije, wat werd bevestigd door een onderzoek van het Bureau Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade in Ankara.
Eisers stelden dat het onderzoek onrechtmatig was omdat Turkse toestemming ontbrak en dat het onderzoek een strafrechtelijk karakter had, waardoor strafrechtelijke waarborgen hadden moeten gelden. De rechtbank oordeelde dat de Svb op grond van de Participatiewet bevoegd was tot onderzoek zonder voorafgaande toestemming van Turkse autoriteiten. Het onderzoek was niet onrechtmatig en vormde een proportionele inbreuk op het recht op privéleven.
De rechtbank verwierp het verweer dat het om een strafrechtelijke procedure ging en oordeelde dat het bestuursrechtelijk terugvorderen van de uitkering compensatoir is. Eisers hadden de inlichtingenplicht geschonden door het bezit van het appartement niet te melden, wat relevant was voor het recht op AIO. De waarde van het appartement was vastgesteld op €20.000. De intrekking en terugvordering waren daarmee terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de AIO-uitkering wegens niet-melding van vermogen in Turkije is ongegrond verklaard.