ECLI:NL:RBROT:2018:5512
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. Nifterick
- D. Brugman
- A. Douwes
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding verbod oneerlijke handelspraktijken
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan eiser een bestuurlijke boete van €5.000,- op wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 8.8 van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) door onderneming 1. De overtreding betrof het verstrekken van misleidende informatie aan beleggers over vastgoedcertificaten in meerdere B.V.'s, waarbij essentiële informatie werd weggelaten, waardoor consumenten niet goed geïnformeerd waren.
Eiser voerde onder meer aan dat de verkeerde rechtspersoon was aangesproken, dat de boete was verjaard, dat het onderzoek gebreken vertoonde, dat de beleggers goed waren geïnformeerd en dat hij niet als enige verantwoordelijk mocht worden gehouden. De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat eiser als feitelijk leidinggevende verantwoordelijk was en dat de overtreding voortduurde tot 2 maart 2015.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het bezwaar tegen publicatie van het boetebesluit werden verworpen. De rechtbank oordeelde dat de belangen van consumenten bij informatievoorziening zwaarder wegen dan het persoonlijke belang van eiser bij reputatiebescherming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bestuurlijke boete van de AFM wordt ongegrond verklaard.