Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 700018-17 onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde en het onder parketnummer 740196-16 onder 1 en 2 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
Nadat [naam slachtoffer 2] vooraf in een witte VW Golf besprekingen heeft gevoerd met onder meer [naam medeverdachte 1] en een tweede man (hierna aangeduid als dader 1, de man met een Gucci pet op), gaat hij samen met dader 1 de woning binnen. Dader 1 blijft in de woning en rookt er onder meer een joint, samen met [naam slachtoffer 2] .
Vervolgens komt een vierde man, hierna aangeduid als dader 2 (door de broers [achtenaam slachoffers] aangeduid als “grijs pak”) , de woning binnen. Na enig twijfelen en een woordenwisseling met dader 1 over dat “het te duur zou zijn”, geeft dader 2 aan tot aankoop over te willen gaan.
Omstreeks 22.30 uur staan [naam slachtoffer 1] en dader 2 in (de nabijheid van) de hal. Op dat moment horen [naam slachtoffer 2] , die in de aan de hal aangrenzende open keuken staat, en [naam slachtoffer 1] dat een wapen wordt doorgeladen. [naam slachtoffer 1] ziet dat dader 2 vanuit een schoudertasje op schouderhoogte een schot op hem lost.
Vervolgens pakt dader 1 de zak met 300 gram cocaïne en rent samen met dader 2 hard weg.
Forensische onderzoekers treffen in het portiek ter hoogte van de toegangsdeur van de woning aan de [adres delict] één patroonhuls aan.
Uit onderzoek is naar voren gekomen dat het een VW Up met kenteken [kentekennummer 1] betreft. In dit verband heeft de verdachte ter zitting verklaard dat hij de huurder is van dit voertuig.
De rechtbank stelt vast dat voormelde omstandigheden eveneens als belastend voor de verdachte zijn aan te merken. Uit deze gegevens volgt namelijk niet alleen dat hij de gebruiker van het telefoonnummer moet zijn geweest, maar ook dat via dit nummer de link tussen hem en [naam medeverdachte 1] naar voren komt en dat het bij de verdachte in gebruik zijnde telefoonnummer ten tijde van het ten laste gelegde in de nabijheid van de [adres delict] moet zijn geweest. Voor deze feiten en omstandigheden heeft de verdachte geen verklaring gegeven, anders dan dat hij ontkent de gebruiker van het desbetreffende telefoonnummer te zijn.
Dader 1 is de man die volgens hen een joint heeft gerookt in de woning. Zowel [naam slachtoffer 1] als [naam slachtoffer 2] wijzen dader 1 aan op de in het dossier aangeduide foto 2, die door [naam slachtoffer 2] aan de politie is overhandigd. Verbalisant herkent dader 2 als [naam medeverdachte 2] . Onderzoek naar de bemonstering van DNA-sporen op deze joint en op een sigarettenpeuk die eveneens in de woning is achtergebleven, bevestigt de aanwezigheid van [naam medeverdachte 2] in de woning.
doorgeweld tegen die [naam slachtoffer 1] ,
5.Strafbaarheid feiten
1.Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III van die wet
2.(primair)Poging doodslag
3.Medeplegen van diefstal voorafgegaan van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
1.Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
2.Mishandeling.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
Tot slot heeft de verdachte op straat openlijk geweld gepleegd naar aanleiding van een ruzie in het verkeer en heeft hij in een café een andere bezoeker mishandeld. Ook bij deze gelegenheden heeft de verdachte geen respect getoond voor de lichamelijke integriteit van anderen en zich laten kennen als een persoon die het gebruik van geweld niet schuwt.
8 juni 2017. Uit dit rapport volgt dat gelet op het feit dat de verdachte zich op het zwijgrecht beroept, geen criminogene factoren aangewezen kunnen worden. Recidiverisico wordt aanwezig geacht. Gelet op de aard en ernst van de feiten wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geadviseerd, zodat in het kader van detentiefasering te zijner tijd een plan van aanpak voor zijn resocialisatie kan worden opgesteld door de reclassering.
8.Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar;
€ 215.832,46 (zegge: tweehonderdvijftienduizend achthonderdtweeëndertig euro en zesenveertig cent), bestaande uit € 15.832,46 aan materiële schade en € 200.000,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 215.832,46 (zegge: tweehonderdvijftienduizend achthonderdtweeëndertig euro en zesenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 215.832,46 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
althans in Nederland,