ECLI:NL:RBROT:2018:5642
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Vrolijk
- E. Rutten
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging strafontslag wegens onjuist urenregistratie en te vroeg vertrekken
Eiser was sinds 1994 werkzaam bij de politie en kreeg in 2016 voorwaardelijk strafontslag opgelegd vanwege onjuist verantwoorden van werktijden. Na een intern onderzoek bleek dat eiser op 11, 12 en 13 april 2016 zijn uren onjuist had geregistreerd en eerder naar huis was gegaan dan toegestaan. Verweerder legde het strafontslag met onmiddellijke ingang ten uitvoer.
Eiser voerde aan dat er sprake was van een cultuur van sociaal aflossen en dat hij zijn leidinggevende had geïnformeerd, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was omdat hij geen toestemming had gekregen en zijn registratie onjuist was. Ook was het voorwaardelijk strafontslag in rechte onherroepelijk vastgesteld, waardoor alleen de vraag aan de orde was of het plichtsverzuim de tenuitvoerlegging rechtvaardigde.
De rechtbank stelde vast dat eiser de uren onjuist had verantwoord en te vroeg was vertrokken, wat een plichtsverzuim oplevert dat vergelijkbaar is met het eerdere vergrijp. Er waren geen bijzondere omstandigheden om af te zien van tenuitvoerlegging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de tenuitvoerlegging van het strafontslag wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.