Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
3.De vorderingen
4.De beoordeling van het geschil
€ 2.148,00 +(2 punten tarief IV à € 1.074,00)
Rechtbank Rotterdam
Eiser en gedaagde, ooit familie, zijn in 2017 gesprekken gestart over een mogelijke samenwerking in de onderneming van gedaagde. Gedurende enkele maanden werkten zij toe naar een samenwerkingsverband, waarbij conceptovereenkomsten werden opgesteld en eiser diverse werkzaamheden verrichtte, waaronder het maken van een bedrijfsplan en promotiefilmscripts.
Gedaagde introduceerde eiser bij leveranciers en verstrekte informatie over haar bedrijf, waardoor eiser de onderneming kon leren kennen. Op 19 september 2017 besloot gedaagde de onderhandelingen te beëindigen en dit aan eiser mede te delen. Eiser vorderde daarop schadevergoeding voor de uren die hij had geïnvesteerd.
De rechtbank stelt vast dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen en dat partijen in beginsel vrij zijn onderhandelingen te beëindigen. Op grond van de omstandigheden en jurisprudentie is het afbreken van de onderhandelingen door gedaagde niet onaanvaardbaar. Eiser moest gedaagde de ruimte geven om te beoordelen of samenwerking wenselijk was. De gemaakte uren zijn een eigen ondernemersrisico van eiser.
De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen, inclusief de gevorderde buitengerechtelijke kosten. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en uitgesproken op 18 juli 2018.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.