ECLI:NL:RBROT:2018:6412
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens ontbreken beroepsmatige rechtsbijstand
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een gedeeltelijk gegrond verklaard bezwaar tegen een aanslag bedrijfsreinigingsrecht 2017. Na vermindering van de aanslag heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding. De gemachtigde van verzoekster, werkzaam als juridisch medewerkster bij een advocatenkantoor, trad op persoonlijke titel op. De rechtbank beoordeelde of zij als zelfstandige beroepsmatig rechtsbijstandverlener kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de informatie onvoldoende was om aan te nemen dat sprake was van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening buiten de dienstbetrekking. Er werd geen factuur overgelegd en eerdere werkzaamheden waren niet onderbouwd met bewijs. Ook de kosten voor aangetekende brieven kwamen niet voor vergoeding in aanmerking.
Gelet hierop wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. Wel werd opgemerkt dat het betaalde griffierecht aan verzoekster moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter L.A.C. van Nifterick op 6 augustus 2018.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de gemachtigde geen zelfstandige beroepsmatig rechtsbijstandverlener is.