De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een voormalig huisarts tegen een boete van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wegens het onrechtmatig declareren van avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW-diensten) terwijl hij was aangesloten bij een huisartsendienstenstructuur. De NZa had een boete van €100.000,- opgelegd, later verlaagd naar €60.000,-.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat de declaraties in strijd waren met de Tariefbeschikkingen en de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De huisarts was verantwoordelijk voor het declaratieproces, ook al had een voormalig assistent fouten gemaakt. De NZa had echter ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat de huisarts door een tuchtmaatregel was doorgehaald uit het BIG-register, waardoor herhaling van de overtreding praktisch onmogelijk was.
Gezien deze specifieke preventie achtte de rechtbank matiging van de boete op zijn plaats en stelde deze vast op €45.000,-. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed en de NZa veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij boetebepaling en de verantwoordelijkheid van zorgaanbieders voor correcte declaraties.