ECLI:NL:CBB:2015:287
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- R.C. Stam
- A.J.C. de Moor - van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom AFM wegens niet verstrekken bankafschriften
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde appellant een last onder dwangsom op omdat hij niet voldeed aan een informatieverzoek om bankafschriften te overleggen in verband met een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
Appellant voerde aan dat het onderzoek onrechtmatig was en dat hij wel aan het informatieverzoek had voldaan. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat AFM bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen en dat de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang.
In hoger beroep bevestigde het College van Beroep voor het bedrijfsleven dit oordeel. Het College stelde vast dat AFM voldoende aanleiding had om het onderzoek te heropenen en dat de bankafschriften een geschikt middel waren om vast te stellen of appellant financiële producten aanbood. Appellant had niet tijdig de gevraagde stukken verstrekt, waardoor AFM terecht de last onder dwangsom oplegde en de dwangsom invorderde.
Het College ging niet in op de vraag of appellant daadwerkelijk financiële producten aanbood, omdat het geschil zich richtte op de medewerkingsverplichting. De bezwaren tegen de hoogte van de dwangsom werden eveneens afgewezen, mede omdat appellant onvoldoende informatie over zijn financiële situatie had verstrekt om matiging te rechtvaardigen.
De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom van AFM bevestigd.