De werknemer was bedrijfsleider bij Riam en stuurde een e-mail waarin hij aangaf niet te komen werken vanwege een arbeidsconflict met de zoon van de directeur. Riam sprak daarop ontslag op staande voet uit wegens werkweigering en vermeende chantage. De kantonrechter oordeelde dat het arbeidsconflict de werkweigering niet rechtvaardigde, maar dat ontslag op staande voet te zwaar was gezien de lange diensttijd en de ernst van de situatie.
De rechter stelde vast dat Riam als opvolgend werkgever moest worden beschouwd, waardoor de arbeidsovereenkomst vanaf 1 maart 2000 werd meegenomen voor de berekening van de transitievergoeding en schadevergoeding. De transitievergoeding werd berekend op basis van het laatstverdiende salaris. De gefixeerde schadevergoeding werd toegekend omdat het ontslag onrechtmatig was.
Voor de billijke vergoeding werd rekening gehouden met het verwijtbaar handelen van de werkgever, het nieuwe lagere salaris van de werknemer en de kans op voortzetting van het nieuwe dienstverband. De totale billijke vergoeding werd vastgesteld op circa € 10.000 bruto. De vordering tot uitbetaling van vakantiedagen werd afgewezen omdat deze reeds was voldaan. Riam werd veroordeeld tot betaling van de vergoedingen en proceskosten.