ECLI:NL:RBROT:2018:8303
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand na buitenbehandelingstelling aanvraag
Verzoekers hebben op 24 augustus 2018 een gezamenlijke aanvraag om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland. Verweerder heeft op 27 augustus 2018 verzocht om aanvullende bewijsstukken binnen acht dagen te overleggen. Verzoekers hebben deze gegevens niet tijdig aangeleverd, mede doordat de e-mail in de ongewenste mailbox van hun gemachtigde terechtkwam.
Verzoekers stelden dat verweerder al bekend was met de gevraagde informatie en dat de aanvraag ten onrechte buiten behandeling is gesteld. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers duidelijk kenbaar hebben gemaakt dat zij elektronisch bereikbaar zijn en dat het risico van het niet tijdig zien van de e-mail voor hun rekening komt.
De gevraagde gegevens waren noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag en verzoekers konden deze redelijkerwijs verkrijgen. Omdat zij niet binnen de gestelde termijn hebben geleverd, was het buiten behandeling stellen van de aanvraag gerechtvaardigd. Er is geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.