ECLI:NL:CRVB:2014:1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bijstandsaanvraag buiten behandeling gesteld wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant had tot 15 november 2011 bijstand ontvangen, maar deze was ingetrokken. Op 6 maart 2012 vroeg appellant opnieuw bijstand aan met terugwerkende kracht. Het dagelijks bestuur stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet de gevraagde gegevens over zijn inkomsten, levensonderhoud, kentekens en bankafschriften had verstrekt binnen de gestelde hersteltermijn.
Appellant voerde aan dat het praktisch onmogelijk was om de gevraagde stukken te overleggen en dat hij schulden had moeten maken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij stelde dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat appellant niet had voldaan aan zijn inlichtingenverplichting, aangezien niet alle gevraagde stukken binnen de termijn waren aangeleverd.
De Raad bevestigde dat het dagelijks bestuur op grond van artikel 4:5 Awb Pro bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep faalde en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt buiten behandeling gesteld omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde gegevens heeft verstrekt.