ECLI:NL:RBROT:2018:8857
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen bijdrage Wlz na aanwijzing IGZ over zorgkwaliteit
Eiseres betwistte de door het CAK vastgestelde eigen bijdrage voor 2016 op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), stellende dat tekortkomingen in de geleverde zorg, zoals vastgesteld door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), aanleiding geven tot verlaging van de eigen bijdrage.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat de zorginstelling Humanitas Rotterdam in haar persoonlijke zorg zodanig tekort is geschoten dat de zorg niet als Wlz-zorg kan worden gekwalificeerd. De aanwijzing van de IGJ betrof algemene tekortkomingen, maar was niet van dien aard dat de zorg niet meer als Wlz-zorg kan worden aangemerkt.
Verder werd geoordeeld dat de vastgestelde ingangsdatum van de hoge eigen bijdrage op 6 februari 2016 rechtsgeldig is vastgesteld en niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld. De rechtbank verwierp ook het beroep op extra kosten als grond voor verlaging.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde eigen bijdrage bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de eigen bijdrage Wlz 2016 wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde bijdrage blijft ongewijzigd.