1.4Bij brief van 31 januari 2017 heeft verweerder het voornemen geuit eiser de straf van onvoorwaardelijk ontslag op te leggen. Op 9 februari 2017 heeft eiser zijn zienswijze kenbaar gemaakt. Vervolgens heeft besluitvorming plaatsgevonden zoals weergegeven onder procesverloop.
2. Verweerder heeft aan het primaire besluit ten grondslag gelegd dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim vanwege de volgende gedragingen:
Eisers handelen ter zake van de opdrachtverstrekking en de betalingsstroom waarbij in strijd met (interne) regelgeving en zonder onderzoek en verificatie is gehandeld. [naam onderneming] heeft in de periode 2012-2015 voor een bedrag van in totaal 8,8 miljoen euro (inclusief btw) aan de gemeente Rotterdam gefactureerd voor vermeend verrichte werkzaamheden, terwijl uit bouwkundig onderzoek van Crawford volgt dat voor
€ 270.000,- euro (inclusief btw) daadwerkelijk aan werkzaamheden is verricht.
Eisers handelen ten aanzien van het voorbereiden van de vaststellingsovereenkomst. Het is gebleken dat eiser onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt en heeft laten opnemen in de vaststellingsovereenkomst.
Eisers handelen ten aanzien van de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst. Hij heeft de inhoud van de vaststellingsovereenkomst genegeerd, dan wel er niet op gestuurd, met name wat betreft de verplichtingen aan de zijde van de huurder.
Het verstrekken van onjuiste en onvolledige informatie, intern en extern.
Het antedateren van een prestatieverklaring.
Het handelen buiten eisers mandaat en bevoegdheid.
Het niet (tijdig) signaleren en/of niet escaleren van bij hem bekende relevante informatie ten aanzien van het object Boompjeskade.
Belangenverstrengeling.
3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie van 16 augustus 2017, het primaire besluit gehandhaafd.
4. Het betoog van eiser dat hem het volledige rapport van SBV, dus ook de persoonsgerichte onderzoeken die betrekking hebben op zijn collega’s, ter kennisname ter beschikking had moeten worden gesteld slaagt niet. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat die documenten zien op collega’s en niet ten grondslag liggen aan het besluit om eiser te ontslaan. Bovendien zou het verspreiden van het volledige rapport inbreuk maken op de privacy van collega’s. Aan het bestreden besluit ligt een persoonsgericht onderzoek toegespitst op eiser ten grondslag.
5. Dat de familie [naam 5] niet is gehoord in het kader van het onderzoek naar eiser maakt, anders dan hij heeft aangevoerd, het onderzoek niet onzorgvuldig. Verweerder heeft uitgebreid onderzoek laten uitvoeren en het ontslagbesluit gebaseerd op een gedegen rapport.
6. Eiser betwist de onder 2 vermelde gedragingen niet, maar betoogt dat geen sprake is van plichtsverzuim. Hij stelt dat de gedragingen hem vanwege verschillende omstandigheden – onder meer een hoge werkdruk, onbekendheid met de status van het ingewikkelde gebouw, gebrekkige informatievoorziening en gebrek aan controle – niet verweten kunnen worden. Dit betoog faalt.