ECLI:NL:RBROT:2018:9278
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op disciplinaire straf wegens plichtsverzuim bij goedkeuring facturen Waterfrontaffaire
Eiser, sinds 2008 in dienst bij de gemeente Rotterdam en teamleider sinds 2014, werd in verband met de Waterfrontaffaire geconfronteerd met een disciplinaire straf wegens plichtsverzuim. Dit volgde op een onderzoek naar onregelmatigheden bij onderhoudswerkzaamheden aan het gebouw Boompjeskade 10-14, waarbij een groot deel van de gefactureerde werkzaamheden niet was uitgevoerd.
Eiser had in 2015 dertien facturen ter waarde van ruim 2,1 miljoen euro goedgekeurd zonder de vereiste controle op rechtmatigheid en doelmatigheid, waaronder een factuur zonder specificatie en werkomschrijving. Hij vertrouwde te veel op zijn medewerker en heeft nagelaten de facturen steekproefsgewijs te controleren, terwijl hij als tweede goedkeurder een kritische rol had.
De rechtbank oordeelde dat deze gedragingen plichtsverzuim vormen, waarbij de omstandigheden waaronder eiser werkte en zijn positieve bijdrage aan het beëindigen van de onregelmatigheden slechts strafverminderend konden worden meegewogen. De opgelegde eenmalige inhouding van 0,5% van zijn salaris werd passend geacht. Het beroep tegen deze straf werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de disciplinaire straf wegens plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.