ECLI:NL:RBROT:2018:9408
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters buiten behandeling wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.A.F. van Ginneken, de behandelend rechter in een verzetprocedure, en tegen de leden van de wrakingskamer zelf. Het verzoek tegen de wrakingskamer werd gedaan omdat verzoeker vond dat de rechter verplicht moest worden om ter zitting van de wrakingskamer te verschijnen vanwege een vermeend corruptievooroordeel.
De wrakingskamer wees het verzoek tegen haar eigen leden buiten behandeling wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, verwijzend naar een recente uitspraak van de Hoge Raad die bepaalt dat een rechter niet verplicht kan worden op een wrakingszitting te verschijnen. Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter werd afgewezen omdat het verzoek niet tijdig was ingediend; verzoeker was al op 13 september geïnformeerd over de rechter, maar diende het verzoek pas op 26 oktober in, ruim na de acceptabele termijn.
Daarnaast ontbraken feitelijke aanwijzingen voor partijdigheid of onrechtmatigheid van de rechter. De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk was en wees het verzoek af. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam op 15 november 2018.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek tegen de rechter en het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer is buiten behandeling gelaten.