Verzoekster heeft een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster zou verbieden het ontruimingsvonnis uit 2017 ten uitvoer te leggen. Tijdens de zitting bleek dat verzoekster een e-mailbericht, zogenaamd van SNS bank, had vervalst om aan te tonen dat zij de huur had voldaan. Verzoekster erkende dit na confrontatie met een tegenbewijs van SNS bank en het terugtrekken van haar advocaat.
Verweerster stelde dat verzoekster de huur niet tijdig had betaald en dat eerdere toezeggingen en overboekingsbewijzen twijfelachtig waren. Ook was het beschermingsbewind nog niet toegewezen, waardoor een minnelijk schuldhulpverleningstraject niet was gestart. Verweerster benadrukte dat verzoekster meerdere kansen had gehad om de ontruiming te voorkomen maar niet aan haar verplichtingen had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een bedreigende situatie vanwege het ontruimingsvonnis en exploot. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van verweerster zwaarder woog, mede vanwege de niet-tijdige betaling en de vervalsing van processtukken. Het verzoek werd afgewezen, verzoekster werd veroordeeld in de kosten en niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank gaf aan dat verzoekster later een nieuw verzoek kan indienen.