Partijen zijn in 1989 gescheiden en spraken destijds over pensioenverevening, maar maakten geen definitieve afspraken over de verdeling van het ouderdomspensioen dat gedaagde tijdens het huwelijk opbouwde. Eiseres vordert betaling van haar deel van het pensioen vanaf 1 oktober 2010, terwijl gedaagde betwist dat zij aanspraak kan maken op het volledige bedrag en stelt dat zij haar rechten heeft verwerkt door jarenlang geen actie te ondernemen.
De rechtbank stelt vast dat de rechtsverhouding wordt beheerst door het Boon/Van Loon arrest, dat eiseres recht geeft op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. De rechtbank gaat uit van een pensioeningangsdatum van 1 januari 2010. Het primaire verweer van gedaagde dat eiseres haar rechten geheel heeft verwerkt wordt verworpen, maar het subsidiaire beroep op rechtsverwerking voor de periode tussen 1 oktober 2010 en 1 augustus 2017 wordt gegrond verklaard vanwege onredelijke benadeling van gedaagde.
De rechtbank wijst de vorderingen af voor de periode vóór 1 augustus 2017, maar kent eiseres een bruto maandbedrag van € 120,08 toe vanaf die datum. De berekening van de financieel adviseur wordt als uitgangspunt genomen, omdat eiseres haar betwisting niet heeft onderbouwd. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.