ECLI:NL:RBROT:2018:956
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen inhoudingen en nabetalingen bijstandsuitkering door gemeente Rotterdam
Eiseres maakte bezwaar tegen inhoudingen op haar bijstandsuitkering over januari 2017 en de daaropvolgende nabetaling in februari 2017 door de gemeente Rotterdam. De inhouding betrof een bedrag van €118,83 vanwege een voorlopige aanslag inkomstenbelasting die later onterecht bleek. De gemeente corrigeerde dit door een nabetaling van €112,89 en een aanpassing van de vakantietoeslag.
De rechtbank oordeelt dat de uitkeringsspecificaties als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht gelden, waardoor aparte herzienings- en terugvorderingsbesluiten niet noodzakelijk zijn. De rechtbank stelt vast dat de gemeente de onterechte inhouding heeft gecorrigeerd en dat eiseres hierdoor niet is benadeeld.
Verder is het verschil tussen inhouding en nabetaling verklaarbaar door de reservering van extra vakantietoeslag, welke eiseres volledig heeft ontvangen. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen omdat het bedrag lager is dan de wettelijke drempel van €10. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de inhouding en nabetaling van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.