ECLI:NL:RBROT:2018:9727
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking over klaagschrift tegen inbeslagneming Porsche op grond van Duits rechtshulpverzoek
Op 21 juni 2018 is een Porsche 911 Carrera 4 GTS in beslag genomen op grond van een Duits rechtshulpverzoek wegens verdenking van drugshandel tegen een verdachte in Duitsland. De klager, die stelt eigenaar te zijn van de auto, diende een klaagschrift in tegen de inbeslagneming, stellende dat de beslaglegging onrechtmatig was omdat de garagebox waar de auto werd aangetroffen niet onderzocht behoorde te worden en hij niet als verdachte was aangemerkt.
De officier van justitie voerde aan dat het beslag rechtmatig was en noodzakelijk bleef voor het Duitse strafrechtelijk onderzoek, onder meer om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van het klaagschrift summier is en zich beperkt tot de vraag of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist.
De rechtbank stelde vast dat de doorzoeking van de garagebox rechtmatig was uitgevoerd onder leiding van de officier van justitie en dat er geen aanwijzingen waren voor onrechtmatigheden. Bovendien was er een aanvullend Duits rechtshulpverzoek voor overdracht van de auto met het oog op ontneming. Hoewel de klager het kentekenbewijs en de sleutels bezat, was dit onvoldoende om te concluderen dat hij rechthebbende was, mede gezien dat de auto op naam van een ander stond die door de verdachte was verzocht dit te doen.
Gezien deze omstandigheden en het strafvorderlijk belang verklaarde de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaafde het beslag. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen de inbeslagneming van de Porsche wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.