Op 30 januari 2017 heeft de verdachte, werkzaam als politieagent, vertrouwelijke informatie uit politiesystemen geraadpleegd over een bevriende relatie die gesignaleerd stond en de volgende dag zou worden aangehouden. Vervolgens heeft hij deze informatie aan die persoon verstrekt, waardoor deze zich aan de aanhouding onttrok.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte opzettelijk het ambtsgeheim heeft geschonden door deze vertrouwelijke informatie te delen. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen geheim had geschonden en dat er geen opzet was, maar dit werd door de rechtbank verworpen op basis van verklaringen en proces-verbaal van bevindingen.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de integriteitsschending van het overheidsapparaat en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het feit dat hij oneervol is ontslagen en de zaak veel media-aandacht kreeg. Gezien deze factoren en de relatief oude datum van het feit, legde de rechtbank een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur op met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, met een vervangende hechtenis van 40 dagen indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd. Tevens is een proeftijd van twee jaar verbonden aan de voorwaardelijke straf, met de voorwaarde dat de verdachte zich niet aan nieuwe strafbare feiten mag schuldig maken.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen en sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 18 december 2019.