Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Voorafgaande veroordeling
3.De vordering van de officier van justitie
52.264,23 methet opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat. Kennelijk heeft de officier van justitie bij dit laatste bedrag een schrijf- of rekenfout gemaakt want zij heeft dit gemotiveerd als in haar visie zijnde de helft van het wederrechtelijk verkregen van voordeel van in totaal € 105.928,46.
4.De verdediging
5.De strafbare feiten
105.928,46euro, dat geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf 2] , welk geld verdachte en zijn mededader (telkens) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van zijn hoedanigheid als werknemer van [naam bedrijf 1] onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
28 februari 2011te Ridderkerk en/of Rhoon,
105.928,46euro), , de werkelijke aard