Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd die het UWV niet uitbetaalt wegens vermeende verwijtbare werkloosheid gebaseerd op het niet goed uitvoeren van remproeven. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen, maar het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat dit slechts verwijtbaar handelen betrof, waardoor eiser recht heeft op een transitievergoeding.
De rechtbank stelt vast dat het UWV onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft onderzocht of aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt. Het UWV heeft niet alle relevante omstandigheden, zoals de aard en ernst van het gedrag, de beoordeling door de werkgever, de persoonlijke omstandigheden van eiser en de frequentie van fouten binnen de werkgever, betrokken in haar besluitvorming.
De rechtbank wijst op vaste rechtspraak dat het UWV een eigen, deugdelijke beoordeling moet maken en voldoende motiveren. Omdat dit niet is gebeurd, wordt het UWV in de gelegenheid gesteld binnen acht weken het gebrek te herstellen, hetzij door aanvullende motivering, hetzij door een nieuwe beslissing op bezwaar.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en neemt nog geen beslissing over proceskosten. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan gelijktijdig met hoger beroep tegen de einduitspraak.