ECLI:NL:RBROT:2019:10849
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod
Verzoeker is een huisverbod opgelegd door de burgemeester van Rotterdam na een geweldsincident met zijn ex-partner, de achterblijfster. Verzoeker betwist het geweldsincident niet, maar stelt dat het gevaar inmiddels is geweken en dat het huisverbod daarom moet worden opgeheven. De rechtbank oordeelt dat het huisverbod terecht is opgelegd omdat er een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de betrokkenen bestaat.
Tijdens de zitting is gebleken dat de noodzakelijke hulpverlening nog niet is gestart, er geen partnergesprek heeft plaatsgevonden en er nog geen veiligheidsafspraken zijn gemaakt. De rechtbank vindt deze stappen essentieel om herhaling van geweld te voorkomen. Zowel verzoeker als achterblijfster hebben aangegeven bang te zijn voor escalatie bij samenwoning.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening ongegrond. Ook het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen. Het besluit tot huisverbod blijft daarmee voor de resterende duur van tien dagen van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.