ECLI:NL:RBROT:2019:1182
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig aangevoerde beroepsgrond tegen intrekkingsbesluit bijstandsuitkering
Eiseres ontving een bijstandsuitkering die per 1 december 2017 werd opgeschort en later ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Diverse besluiten betroffen het intrekken en terugvorderen van bijstand, waarbij eiseres niet tijdig de gevraagde bewijsstukken inzond en onbereikbaar was. Eiseres maakte bezwaar tegen een van de intrekkingsbesluiten, dat later werd ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit.
In het bestreden besluit verklaarde verweerder het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk, omdat het bezwaar feitelijk was opgevat als gericht tegen het ingetrokken besluit. Eiseres stelde in beroep dat zij ook tegen een eerder intrekkingsbesluit bezwaar wilde maken, maar dit werd pas op de zitting aangevoerd en niet eerder. De rechtbank oordeelde dat dit strijdig is met de goede procesorde en verweerder niet in de gelegenheid was gesteld hierop te reageren.
De rechtbank stelde vast dat eiseres bekend was met het eerdere besluit en geen bezwaar had gemaakt, ook niet nadat zij een kopie van dat besluit had ontvangen. Gezien het ontbreken van een andere grond voor het beroep en het ontbreken van belang bij inhoudelijke beoordeling, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig aanvoeren van een beroepsgrond tegen het intrekkingsbesluit.