ECLI:NL:CRVB:2012:BY0595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellant ontving sinds 1993 bijstand en werd onderzocht nadat een melding over autohandel werd gedaan. De gemeente Breda trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug omdat appellant niet had gemeld dat hij in auto's handelde.
Appellant voerde aan dat het om een hobby ging en dat hij geen inkomsten uit de transacties had, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Ter zitting bracht hij een nieuwe beroepsgrond in over RDW-gegevens, maar deze werd niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad oordeelde dat uit de RDW-gegevens blijkt dat appellant 25 kentekens op zijn naam had met korte tenaamstellingen, wat duidt op transacties. Appellant had deze transacties niet gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting is. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Breda. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.