Op 3 september 2018 vond op de openbare weg de Slinge te Rotterdam een vechtpartij plaats waarbij meerdere personen betrokken waren. Het slachtoffer werd door een groep van vijf verdachten omringd, geslagen, geschopt en getrapt, waarbij hij ten val kwam en op de grond werd getrapt. De officier van justitie vorderde een taakstraf van 120 uren voor de verdachte.
De rechtbank bekeek camerabeelden waarop de vechtpartij te zien was en stelde vast dat alle verdachten een wezenlijke bijdrage hadden geleverd aan het groepsgeweld. De verdachte werd door een verbalisant herkend als een van de betrokkenen, maar deze herkenning werd niet ondersteund door andere verbalisanten die de verdachte ook kenden.
De rechtbank oordeelde dat het gezicht van de verdachte op de beelden niet goed zichtbaar was, waardoor een betrouwbare gezichtsherkenning bemoeilijkt werd. Gezien het belang van gezichtsherkenning en de twijfel die ontstond over de betrouwbaarheid van de herkenning, moest dit in het voordeel van de verdachte worden uitgelegd.
Daarom werd geconcludeerd dat het ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden en sprak de rechtbank de verdachte vrij van openlijke geweldpleging in vereniging.