Partijen zijn voormalige echtelieden die in 2012 een echtscheidingsconvenant sloten waarin de woning aan de man werd toegedeeld onder de opschortende voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening. Deze voorwaarde is na zeven jaar niet vervuld omdat de Bank of Scotland de vrouw niet heeft ontslagen. De man is financieel niet in staat gebleken om dit te bewerkstelligen.
De vrouw vordert nakoming van deze voorwaarde, subsidiair de verkoop van de woning aan een derde. De rechtbank oordeelt dat de primaire vordering niet kan worden toegewezen omdat nakoming niet mogelijk is. Wel wordt de subsidiaire vordering toegewezen en wordt de man verplicht mee te werken aan verkoop van de woning. De rechtbank wijst erop dat niemand in een onverdeelde gemeenschap hoeft te blijven en dat na zeven jaar de termijn voor nakoming ruimschoots is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van rechtshandelingen die nodig zijn voor verkoop, zoals het inschakelen van een makelaar en het ondertekenen van de verkoopovereenkomst. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.