ECLI:NL:RBROT:2019:1532
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- J.H. de Wildt
- A.I. van Strien
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemelde inkomsten en vermogen
Eiser ontvangt sinds 1986 bijstand en heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking en herziening van zijn recht op bijstand over de periode van 1 juli 2002 tot en met 31 december 2008, alsmede de terugvordering van €93.411,49. Verweerder stelde dat eiser beschikte over inkomen en vermogen dat de bijstandsnorm overschreed, onder meer door contante stortingen en bijschrijvingen op een gezamenlijke bankrekening met zijn moeder.
Eiser voerde aan dat hij de woning met toestemming had gekocht en niet over de gezamenlijke rekening beschikte, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank oordeelde dat het op de gezamenlijke rekening staande tegoed als vermogen van eiser moet worden beschouwd, mede omdat hij transacties met een bankpas verrichtte.
Verder werden de contante stortingen als inkomsten aangemerkt, ondanks de stelling dat deze afkomstig waren van verkoop van persoonlijke bezittingen, omdat eiser dit niet met bewijs kon onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat eiser in de betreffende periode niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en bevestigde de herziening en terugvordering van de bijstand. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.