ECLI:NL:RBROT:2019:1648
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarbij zijn bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet met ingang van 1 februari 2019 voor drie maanden met 100% werd verlaagd. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de verlaging te schorsen.
Tijdens de zitting is gebleken dat de uitkering per 11 januari 2019 is ingetrokken en dat verzoeker op 4 februari 2019 een nieuwe aanvraag heeft ingediend waarop nog niet is beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat het procesbelang van het verzoek om voorlopige voorziening is komen te vervallen, omdat schorsing van het bestreden besluit niet kan leiden tot doorbetaling van de uitkering.
De voorzieningenrechter stelt dat een toekomstig belang, namelijk dat de verlaging mogelijk wordt toegepast op een toekomstige uitkering, onvoldoende is om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom wordt het verzoek afgewezen en worden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen omdat het procesbelang is komen te vervallen.