Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 maart 2019 in de zaken tussen
de Staatssecretaris van Defensie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
bewakings-/beveiligingsfuncties bij de Koninklijke Landmacht.
Rechtbank Rotterdam
Eisers, burgerambtenaren werkzaam als beveiligingsbeambten bij Defensie, verzochten om vervroegde dienstverlating (FLO) op grond van het arbeidsvoorwaardenbeleid 2004-2006 en het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (Bard). Verweerder wees deze verzoeken af omdat hun functies niet als substantieel bezwarend zijn aangemerkt in artikel 119 Bard Pro (oud) en artikel 171a Bard.
Eisers voerden aan dat hun functies qua zwaarte gelijk of zwaarder zijn dan die van bewakingsbeambten bij het Marinebewakingskorps en het Joint Operations Centre, die wel voor FLO in aanmerking komen, en stelden dat het afwijzen in strijd is met het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de functies van eisers niet in artikel 119 Bard Pro waren opgenomen en dat het overgangsregime van artikel 171a Bard gebaseerd is op onderhandelingen en historische context, waarbij functies met opsporingsbevoegdheid en andere kenmerken zijn onderscheiden. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel en verklaarde de beroepen ongegrond.
De rechtbank benadrukte dat de toetsing van algemeen verbindende voorschriften terughoudend is en dat het aan de materiële wetgever is om belangen af te wegen. De beslissing is in het openbaar gedaan op 22 maart 2019 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De beroepen van burgerambtenaren tegen de afwijzing van hun verzoeken om vervroegde dienstverlating worden ongegrond verklaard.