Eiser ontving een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met een herzieningsbesluit waarbij een bedrag van €11.470,- werd teruggevorderd vanwege niet-gemelde gokactiviteiten in 2017. Verweerder baseerde dit op bankafschriften waaruit bleek dat eiser regelmatig in gokinstellingen geld opnam en stortte, wat niet was gemeld.
Eiser voerde aan dat hij niet wist dat hij deze activiteiten moest melden en dat de stortingen verband hielden met een kwartaalkrediet. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door deze activiteiten niet te melden en dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van gokactiviteiten.
De rechtbank verwierp het verweer dat verweerder onvoldoende had geïnformeerd over de inlichtingenplicht en wees op de eigen verantwoordelijkheid van eiser om navraag te doen bij onduidelijkheid. De terugvordering was gegrond en het beroep werd ongegrond verklaard.