De werkneemster was sinds juni 2015 in dienst bij Instalado Installatietechniek B.V. en werd in augustus 2018 op grond van bedrijfseconomische omstandigheden ontslagen met toestemming van het UWV. Tijdens de procedure bleek zij zwanger te zijn op het moment van opzegging, waardoor een opzegverbod van toepassing was.
Instalado voerde aan dat de werkzaamheden van de werkneemster waren beëindigd, waardoor de uitzondering op het opzegverbod zou gelden, maar dit werd door de rechtbank verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en het voortbestaan van een deel van de werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging in strijd met het opzegverbod was en kende een billijke vergoeding van €15.000 toe, rekening houdend met het financieel belang van de werkgever en het gemiste inkomen van de werkneemster. Tevens werden achterstallig vakantiegeld en openstaande vakantie-uren toegewezen en werden het concurrentie- en relatiebeding vernietigd wegens ontbreken van motivering bij het aangaan van het oorspronkelijke contract.