Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 mei 2019 in de zaak tussen
B.V. [eiseres] '', eiseres,
de heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Fax number 01014737021
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van B.V. tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een bankgebouw te Delft voor het belastingjaar 2017. De kern van het geschil betrof de tijdigheid van het bezwaar, de juiste objectafbakening en de hoogte van de vastgestelde waarde.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend, ondanks dat het oorspronkelijke bezwaarschrift niet door verweerder was ontvangen, omdat een e-mail met een lijst van bezwaren tijdig was toegezonden. Vervolgens werd de objectafbakening beoordeeld: eiseres stelde dat de tweede en derde verdieping afzonderlijk als WOZ-objecten moesten worden aangemerkt omdat deze leegstonden, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeerde dat de onroerende zaak correct was afgebakend.
Ten aanzien van de waarde stelde eiseres dat de vastgestelde waarde van €2.020.000 te hoog was en dat het verkoopcijfer van €1.590.000 leidend moest zijn. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatierapport en een verkoopcijfer van een vergelijkbaar object. De rechtbank vond dat de verkoop niet op de vrije markt had plaatsgevonden en dat het verkoopcijfer daarom niet als waarde kon gelden. De huurwaardekapitalisatiemethode en het vergelijkingsobject ondersteunden de vastgestelde waarde. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €2.020.000 wordt ongegrond verklaard.