Eiseres ontving vanaf 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg die zij inkocht bij familieleden en een bekende. Naar aanleiding van een melding startte verweerder in 2017 een onderzoek naar de besteding van het pgb, waarbij twijfel ontstond over de verleende zorg, mede door een forensisch onderzoek naar handtekeningen op urenverantwoordingen.
Verweerder trok vervolgens de subsidievaststellingen over 2012-2016 en de verlening over 2017 in en vorderde ruim €228.000 terug. De rechtbank oordeelt dat de wijziging van vaststellingen over meerdere jaren niet per jaar is gemotiveerd, wat strijdig is met de Awb. Ook is het onderzoek naar 2013 ontoereikend en ontbreekt motivering voor de intrekking over 2017.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt verweerder opnieuw te beslissen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het griffierecht wordt vergoed en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.