Op 12 februari 2015 overleed de erflater, die bij testament zijn zus en broer tot erfgenamen benoemde en verzoeker tot executeur. Verzoeker vroeg de kantonrechter het loon als executeur vast te stellen op €9.292,92 wegens onvoorziene omstandigheden, waaronder begeleiding van de erflater, zorg voor diens kat, het leeghalen van de woning en extra gemaakte kosten.
Verweerster betwistte het verzoek en stelde dat de werkzaamheden tot de normale taken van een executeur behoren, dat er geen overleg was over extra kosten en dat verzoeker slechts recht heeft op eenmalig 1% van de nalatenschap. De kantonrechter beoordeelde de afzonderlijke posten en oordeelde dat de kosten voor inschakeling van derden niet vergoed worden, maar dat de zorg voor de kat en het leeghalen van de woning onvoorziene omstandigheden zijn die een hogere vergoeding rechtvaardigen.
De kantonrechter stelde het loon vast op €6.000,-, bestaande uit €2.000,- voor de kat, €400,- voor transportkosten en €3.600,- voor een jaarlijkse vergoeding van 1% over vier jaar. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.