De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortgezet verblijf voor betrokkene, die reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft op grond van de Wet Bopz. Betrokkene lijdt aan schizofrenie en veroorzaakt nog steeds gevaar voor zichzelf, met name door het risico op ernstige zelfverwaarlozing bij het niet innemen van medicatie.
Tijdens de zitting op 16 mei 2019 verschenen betrokkene, zijn advocaat en zorgverleners van Yulius. Uit de geneeskundige verklaring en de behandeling ter zitting bleek dat betrokkene een keerpunt in zijn behandeling heeft bereikt na elektroconvulsietherapie, maar dat voortgezet verblijf noodzakelijk is zolang hij wacht op plaatsing in een beschermde woonvorm. Betrokkene toont geen bereidheid tot vrijwillig verblijf.
De rechtbank oordeelde dat het gevaar niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend en dat het in het belang van betrokkene en het algemeen belang is dat hij zo snel mogelijk wordt geplaatst in de beschermde woonvorm. Daarom werd de machtiging tot voortgezet verblijf toegekend voor een kortere duur van zes maanden, tot 16 november 2019.