ECLI:NL:RBROT:2019:4240

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 mei 2019
Publicatiedatum
23 mei 2019
Zaaknummer
C/10/573613 / FA RK 19-4019
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 Wet BopzArt. 18 Wet Bopz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis voor betrokkene met schizofrenie

De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortgezet verblijf voor betrokkene, die reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft op grond van de Wet Bopz. Betrokkene lijdt aan schizofrenie en veroorzaakt nog steeds gevaar voor zichzelf, met name door het risico op ernstige zelfverwaarlozing bij het niet innemen van medicatie.

Tijdens de zitting op 16 mei 2019 verschenen betrokkene, zijn advocaat en zorgverleners van Yulius. Uit de geneeskundige verklaring en de behandeling ter zitting bleek dat betrokkene een keerpunt in zijn behandeling heeft bereikt na elektroconvulsietherapie, maar dat voortgezet verblijf noodzakelijk is zolang hij wacht op plaatsing in een beschermde woonvorm. Betrokkene toont geen bereidheid tot vrijwillig verblijf.

De rechtbank oordeelde dat het gevaar niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend en dat het in het belang van betrokkene en het algemeen belang is dat hij zo snel mogelijk wordt geplaatst in de beschermde woonvorm. Daarom werd de machtiging tot voortgezet verblijf toegekend voor een kortere duur van zes maanden, tot 16 november 2019.

Uitkomst: Machtiging tot voortgezet verblijf verleend voor zes maanden vanwege gevaar en spoedige plaatsing in beschermde woonvorm.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/573613 / FA RK 19-4019
Patiëntnummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 mei 2019 betreffende een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in artikel 15 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Yulius, locatie Kasperspad te Dordrecht,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 mei 2019, met bijlagen.
1.2.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 16 mei 2019.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;
  • M. van Dongen, verpleegkundig specialist i.o., verbonden aan Yulius, locatie Kasperspad;
  • M. Hubers, verpleegkundige, eveneens verbonden aan Yulius, locatie Kasperspad.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 18 Wet Pro Bopz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot de persoon die reeds ingevolge een machtiging voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft een nieuwe machtiging tot voorgezet verblijf verlenen. Deze machtiging kan slechts worden verleend als de stoornis van de geestvermogens van betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en deze stoornis betrokkene ook dan gevaar doet veroorzaken en dit gevaar niet kan worden afgewend zonder gedwongen opname en verblijf.
2.2.
Gelet op de geneeskundige verklaring en wat ter zitting is besproken staat vast dat betrokkene nog steeds lijdt aan een stoornis van de geestvermogens. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie.
2.3.
Deze stoornis doet betrokkene nog steeds gevaar veroorzaken als bedoeld in artikel 15 lid 2 Wet Pro Bopz. Uit de geneeskundige verklaring en het verhandelde ter zitting blijkt dat het gevaar bestaat dat betrokkene zichzelf in ernstige mate zal verwaarlozen en maatschappelijk ten onder gaat. Wanneer betrokkene geen medicatie inneemt en psychotisch decompenseert, ontstaat gevaar voor betrokkene zelf. Eerder was betrokkene niet in staat om adequaat voor zichzelf te zorgen, trok hij zich terug en ging hij contact met zijn familie uit de weg. Op dit moment gaat het een stuk beter met betrokkene. Er is een keerpunt in de behandeling gekomen nadat betrokkene elektroconvulsietherapie heeft gekregen in het Erasmus Medisch Centrum. Het is van belang dat betrokkene nu zijn medicatie (Clozapine) goed inneemt. Formeel is nog sprake van dwangbehandeling hiervoor. Betrokkene realiseert zich dat het belangrijk is een stok achter de deur te hebben, omdat hij in het verleden grote moeite had met de inname van medicatie. Omdat betrokkene nog wacht op een plaatsing in een beschermde woonvorm is het van belang dat hij met een machtiging in het psychiatrisch ziekenhuis verblijft.
2.4.
Het gevaar kan niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis worden afgewend.
2.5.
Betrokkene geeft geen blijk van de nodige bereidheid vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis te verblijven.
2.6.
Betrokkene staat al een aantal jaar op de wachtlijst voor een beschermde woonvorm in Yulius, De Volgerlanden. Betrokkene is klaar en gemotiveerd om deze volgende stap in zijn behandeling te zetten. Wanneer de plek in de beschermde woonvorm vrijkomt, heeft hij de (dure) begeleiding en zorg van het psychiatrisch ziekenhuis niet meer nodig. Het is in het belang van betrokkene en het algemeen belang dat hij daar zo snel mogelijk wordt geplaatst. Daarom zal de rechtbank de machtiging voor een kortere duur toewijzen.
2.7.
Gezien het voorgaande wordt het verzoek toegewezen voor zes maanden.

3.De beslissing

De rechtbank verleent een machtiging tot voortgezet verblijf van:
[naam betrokkene] voornoemd, in een psychiatrisch ziekenhuis tot en met 16 november 2019.
Deze beschikking is op 16 mei 2019 mondeling gegeven door mr. H.C.A. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van J.D. Verburg, griffier, en op 16 mei 2019 schriftelijk uitgewerkt en getekend.