ECLI:NL:RBROT:2019:4336
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verhuurder ontbindt huurovereenkomst na burgemeesterssluiting woning wegens drugsvondst
De verhuurder, Stichting Havensteder, had de huurovereenkomst met de huurder buitengerechtelijk ontbonden nadat de burgemeester de woning had gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van een handelshoeveelheid drugs en vuurwapens in de berging bij de woning.
De huurder betwistte de ontbinding en stelde dat zij niet had ingestemd met beëindiging van de huurovereenkomst. Zij voerde aan dat de criminele activiteiten waren gestopt omdat haar zoon, die verantwoordelijk was, in detentie zat en dat zij de huur steeds had betaald. De huurder vroeg om afwachting van de bestuursrechtelijke procedure tegen de sluiting.
De kantonrechter oordeelde dat Havensteder terecht de huurovereenkomst buitengerechtelijk had ontbonden op grond van de sluiting door de burgemeester en dat de huurder geen recht of titel meer had om in het gehuurde te verblijven. De belangenafweging leidde tot toewijzing van de ontruimingsvordering, met een termijn van 10 dagen na het einde van de burgemeesterssluiting.
De kantonrechter wees het verweer van de huurder af dat zij niet had ingestemd met ontbinding en dat de situatie vergelijkbaar was met andere zaken waarin ontbinding werd afgewezen. De proceskosten werden aan de huurder opgelegd.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen 10 dagen na het einde van de burgemeesterssluiting.