ECLI:NL:RBROT:2019:4782
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- H. Bedee
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gefingeerd dienstverband en recht op ZW- en WIA-uitkering
Eiser vroeg een Ziektewetuitkering aan na zijn ziekmelding en het einde van zijn vermeende dienstverband bij een bedrijf. Verweerder stelde op basis van een onderzoek naar aanleiding van anonieme meldingen dat het dienstverband gefingeerd was en schorste de uitkering, herzag deze en wees de WIA-aanvraag af.
Eiser betwistte het gefingeerde dienstverband en voerde aan dat zijn arbeidsovereenkomst slechts zes maanden duurde en dat zijn handtekening vervalst was. Hij stelde dat verklaringen van ex-werknemers onbetrouwbaar waren en dat hij wel degelijk werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank beoordeelde alle omstandigheden, waaronder verklaringen van medewerkers, het onderzoeksrapport en de loonbetalingen. De verklaringen van eiser en zijn getuigen werden niet geloofwaardig geacht en de stelling van vervalsing niet onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht aannam dat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en dat de uitkeringen terecht waren geschorst, herzien en afgewezen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen sprake is van een verzekerde dienstbetrekking.