Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Stichting Humanitas,
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak verzocht een werknemer, volledig arbeidsongeschikt sinds april 2016, Humanitas tot betaling van een transitievergoeding te veroordelen zonder dat de arbeidsovereenkomst beëindigd werd. Subsidiair werd verzocht om opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever.
De kantonrechter baseerde zijn oordeel op de Kolomuitspraak van de Hoge Raad van 14 september 2018, waarin is bepaald dat transitievergoeding alleen verschuldigd is bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met uitzondering van gevallen van substantiële en structurele vermindering van arbeidstijd door gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. In deze zaak was er sprake van volledige arbeidsongeschiktheid, waarbij de werknemer geen arbeid meer verrichtte, en was er geen sprake van gedeeltelijke vermindering van arbeidstijd.
Daarom is Humanitas niet verplicht tot betaling van de transitievergoeding zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt. Het verzoek tot opzegging door Humanitas werd eveneens afgewezen, omdat de werkgever niet verplicht is een arbeidsovereenkomst op te zeggen en er geen strijd met goed werkgeverschap werd vastgesteld. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot transitievergoeding en opzegging arbeidsovereenkomst wordt afgewezen; partijen dragen eigen kosten.