Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats eiseres] , eiseres,
de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, een autoschadeherstelbedrijf, kreeg een sluitingsbevel van zes maanden opgelegd door de burgemeester van Rotterdam nadat bij een controle gestolen autoportieren werden aangetroffen en niet waren geregistreerd in het Digitaal Opkoop Register (DOR). Eerder was het pand ook al gesloten vanwege soortgelijke overtredingen.
De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV) betrouwbaar waren en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de portieren niet van het gestolen voertuig afkomstig waren. Ook werd geoordeeld dat eiseres het DOR onjuist had bijgehouden en onvoldoende had gemotiveerd waarom de portieren niet waren geregistreerd.
Verder werd vastgesteld dat het strafrechtelijke sepot wegens gebrek aan bewijs niet in de weg staat aan de bestuursrechtelijke maatregel, omdat in het bestuursrecht een andere rechtsvraag en minder strenge bewijsregels gelden. De rechtbank vond de sluiting proportioneel gezien de ernst van de overtredingen en de problematische veiligheidssituatie in het gebied.
De vergunningplicht die aan het pand werd opgelegd, werd niet als disproportioneel beschouwd omdat niet vaststaat dat een vergunning geweigerd zal worden. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het bedrijfspand en de vergunningplicht wordt ongegrond verklaard.