ECLI:NL:RBROT:2019:5529
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon WW en niet-inclusie vakantiedagen in dagloon
Eiseres vorderde dat vakantiedagen over de referteperiode werden meegenomen in de berekening van haar dagloon voor de WW-uitkering. De rechtbank stelde vast dat de betaling van de vakantiedagen pas na de referteperiode vorderbaar werd, waardoor deze niet in het dagloon konden worden opgenomen.
De rechtbank verwees naar het Dagloonbesluit en het Burgerlijk Wetboek, waarin is bepaald dat alleen loon dat in de referteperiode vorderbaar maar niet inbaar is, meegenomen mag worden. Verweerder had het dagloon correct berekend inclusief een verhoging van 8% vakantiebijslag.
Het bestreden besluit en het besluit van 17 mei 2018 werden vernietigd en vervangen door een nieuwe vaststelling van het dagloon op €87,07. Tevens werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. De rechtbank sloot het onderzoek en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het dagloon wordt vastgesteld op €87,07.