ECLI:NL:RBROT:2019:5532
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderopvangtoeslag 2016 en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen het stopzetten van de kinderopvangtoeslag (KOT) over 2016. Na eerdere ongunstige besluiten en een uitspraak in 2017, nam de Belastingdienst in juli 2019 een herziene beslissing die een deel van de toeslag toekende. Eiseres vond dit onvoldoende en bleef in beroep.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was en vernietigde dit. De herziene beslissing voldeed niet volledig, met name over de vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en de toeslag over april 2016. De rechtbank kende een schadevergoeding van €1500 toe en een voorschot van €959,20 voor april 2016.
Daarnaast werd de Belastingdienst opgedragen de invordering van een schuld uit 2015 op te schorten en het volledige dossier van het CAF-onderzoek bij het gastouderbureau aan eiseres te verstrekken, mede vanwege vermoedens van etnisch profileren.
De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Besluit kinderopvangtoeslag 2016 vernietigd, schadevergoeding toegekend en dossieronderzoek bevolen.