ECLI:NL:RBROT:2019:6761
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek kinderrechter niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesvertegenwoordiging
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die betrokken was bij een procedure over gezag en omgangsregeling van haar minderjarige kinderen. In deze procedure was procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht. Het wrakingsverzoek van verzoekster was echter niet mede ondertekend door een advocaat, ondanks dat zij hierover op 2 juli 2019 was geïnformeerd en de gelegenheid had gekregen dit te herstellen.
Verzoekster maakte geen gebruik van de mogelijkheid om het verzuim te herstellen. Verzoeker, die slechts als informant in de procedure was opgeroepen en geen partij of belanghebbende was, kon geen wrakingsverzoek indienen. De wrakingskamer oordeelde daarom dat zowel het wrakingsverzoek van verzoekster als dat van verzoeker niet-ontvankelijk waren.
Omdat er geen inhoudelijk debat over de wrakingsgronden heeft plaatsgevonden, heeft de wrakingskamer zich niet uitgelaten over de inhoudelijke haalbaarheid van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 9 juli 2019 mondeling gegeven en op 18 juli 2019 schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van verplichte procesvertegenwoordiging.