De rechtbank Rotterdam heeft op 14 augustus 2019 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen. De kinderen waren sinds 29 mei 2019 onder toezicht gesteld en woonden aanvankelijk bij de stiefvader. De gecertificeerde instelling (GI) vroeg eerst verlenging van verblijf bij de stiefvader, maar trok dit later in omdat de stiefvader niet langer voor hen kon zorgen.
De GI verzocht vervolgens om toestemming dat de oudste minderjarige bij zijn halfzus in Amersfoort mag wonen, wat door beide partijen werd gewenst. De jongere zal weer bij de vader gaan wonen, die het gezag heeft. De kinderrechters spraken met de vader en jeugdbeschermer, waarbij de stiefvader en de oudste minderjarige niet aanwezig waren, maar de jongere zijn wens schriftelijk kenbaar maakte.
De kinderrechters hielden rekening met de wensen van de minderjarige en de veiligheid en stabiliteit van de situatie bij de halfzus. Zij oordeelden dat het in het belang van het kind is om bij de halfzus te wonen en verlengden de machtiging tot uithuisplaatsing tot 3 december 2019. Tevens werd bepaald dat de jongere en zijn jongere broer contact moeten kunnen houden ondanks het uit elkaar wonen.
De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door de verzoekers en belanghebbenden.