Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 onder b ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest, een verbod tot de uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van vijf jaren en het publiceren van het vonnis van de verdachte.
4.Waardering van het bewijs
- Op 7 juli 2012 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen [naam bedrijf 1] en de fiscus, inhoudende dat [naam bedrijf 1] maandelijks € 20.000,- zou betalen.
- Na oktober 2012 heeft geen betaling aan de fiscus meer plaatsgevonden.
- De fiscus heeft de vaststellingsovereenkomst ingetrokken en in april 2013 heeft de fiscus de kantoorinventaris van [naam bedrijf 1] afgevoerd. Hiertegen is door [naam bedrijf 1] een procedure gestart bij de rechtbank Den Haag.
- Op 2 januari 2014 heeft de verdachte een plan van doorstart opgesteld. Dat plan van doorstart spreekt over continueren met een nieuwe vennootschap na het faillissement van [naam bedrijf 1] . Het plan schetst geen alternatief scenario voor een faillissement.
- Op 9 en 20 januari 2014 is er e-mailverkeer tussen [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 3] waarin wordt gesproken over briefpapier en conceptbrieven met betrekking tot jaarbijdragen en een welkomstbrief.
- Op 27 januari 2014 worden door [naam bedrijf 1] aan klanten brieven verzonden die zijn ondertekend door de verdachte waarin staat dat niet [naam bedrijf 1] maar [naam bedrijf 3] voortaan de jaarlijkse bijdragen gaat innen.
- Op 17 februari 2014 heeft de verdachte zelf het faillissement van [naam bedrijf 1] aangevraagd met onder meer als reden dat de vennootschap de vordering van de fiscus niet meer kon voldoen.
- Op 19 februari 2014 zijn brieven verzonden door [naam bedrijf 3] die zijn ondertekend door [naam medeverdachte] waarin onder verwijzing naar de brieven van [naam bedrijf 1] wordt bevestigd dat [naam bedrijf 3] de inning van de jaarlijkse bijdragen overneemt.
- Op 11 maart 2014 is [naam bedrijf 1] failliet verklaard.
nietafdroeg, zodat zij ervan uit moet gaan dat ook zijn salaris zou zijn vergoed door het UWV.
alsbestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, te weten van: [naam bedrijf 1] , die bij vonnis van de Rechtbank Den Haag van 11 maart 2014 in staat van faillissement is verklaard,
6.741,10euro aan de boedel onttrokken en het klantenbestand van [naam bedrijf 1] aan de boedel onttrokken door deze klanten een of meerdere brieven te sturen dat de levering en facturering van producten en diensten voortaan door [naam bedrijf 3] -Servië zou plaatsvinden,
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en bijkomende straffen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) maanden;