Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 onder b ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest, een geldboete van € 200.000,-, een verbod tot de uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van vijf jaren en het publiceren van het vonnis van de verdachte;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte, groot zes maanden, van de onder parketnummer 22/003888-13 opgelegde gevangenisstraf.
4.Waardering van het bewijs
nietafdroeg, zodat zij ervan uit moet gaan dat ook zijn salaris zou zijn vergoed door het UWV.
- Op 7 juli 2012 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen [naam bedrijf 1] en de fiscus, inhoudende dat [naam bedrijf 1] maandelijks € 20.000,- zou betalen.
- Na oktober 2012 heeft geen betaling meer plaatsgevonden aan de fiscus.
- De fiscus heeft de vaststellingsovereenkomst ingetrokken en in april 2013 heeft de fiscus de kantoorinventaris van [naam bedrijf 1] afgevoerd. Hiertegen is door [naam bedrijf 1] een procedure gestart bij de rechtbank Den Haag.
- Op 2 januari 2014 heeft [naam medeverdachte] een plan van doorstart opgesteld. Dat plan van doorstart spreekt over continueren met een nieuwe vennootschap na het faillissement van [naam bedrijf 1] . Het plan schetst geen alternatief voor een faillissement.
- Op 9 en 20 januari 2014 is er e-mailverkeer tussen [naam bedrijf 1] ( [naam medeverdachte] ) en [naam bedrijf 3] ( [naam] ) waarin wordt gesproken over briefpapier en conceptbrieven met betrekking tot jaarbijdragen en een welkomstbrief.
- Op 27 januari 2014 worden door [naam bedrijf 1] aan klanten brieven verzonden die zijn ondertekend door [naam medeverdachte] waarin staat dat niet [naam bedrijf 1] maar [naam bedrijf 3] voortaan de jaarlijkse bijdragen gaat innen.
- Op 17 februari 2014 heeft [naam bedrijf 1] zelf faillissement aangevraagd met onder meer als reden dat de vennootschap de vordering van de Belastingdienst niet meer kon voldoen.
- Op 19 februari 2014 zijn brieven verzonden door [naam bedrijf 3] die zijn ondertekend door de verdachte waarin wordt verwezen naar de brieven van [naam bedrijf 1] en waarin wordt bevestigd dat [naam bedrijf 3] de inning van de jaarlijkse bijdragen overneemt.
- Op 11 maart 2014 is [naam bedrijf 1] failliet verklaard.
5.Strafbaarheid feiten
2.(primair):
medeplegen van als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon, enig goed aan de boedel onttrekken;
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Vordering tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden,alsmede tot een
geldboete van € 50.000, 00 (vijftigduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door
285 dagen hechtenis;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijke gedeelte van de bij vonnis van 4 september 2013 van de meervoudige kamer van de rechtbank ’s-Gravenhage aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf.