Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
12 september 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoekster 2], beide te [vestigingsplaats] , verzoeksters,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Op 4 september 2019 legde de burgemeester van Lansingerland een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een bedrijfspand voor veertien dagen vanwege de vondst van 1297 kilogram heroïne in een container die in het pand werd afgeleverd. De politie trof ook een dummy-verpakking en 5 gram heroïne in het pand aan. Verzoeksters maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was dat een voorlopige voorziening rechtvaardigde, omdat verzoeksters onvoldoende financiële onderbouwing boden dat de continuïteit van hun onderneming in gevaar was. Ook emotionele bezwaren waren onvoldoende voor spoedeisendheid.
Daarnaast vond de voorzieningenrechter het besluit niet onrechtmatig. De burgemeester was bevoegd tot sluiting omdat de container deels was gelost in het pand en er sprake was van een zeer ernstig geval. De stelling dat een waarschuwing had moeten volstaan, werd verworpen op grond van vaste jurisprudentie.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en stelde dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.