Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 10.000,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De curator van een bedrijf werd vervolgd wegens het overbrengen van basisolie naar Duitsland zonder de vereiste kennisgeving en toestemming, op grond van de EVOA. De officier van justitie stelde dat de basisolie een afvalstof was, waardoor de overbrenging zonder toestemming strafbaar was.
De rechtbank onderzocht of de basisolie als afvalstof moest worden aangemerkt. Hierbij werd de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betrokken, waarin werd geoordeeld dat basisolie, ontstaan na bewerking van afgewerkte olie, geen afvalstof is wanneer deze als grondstof wordt gebruikt. De rechtbank oordeelde dat dit oordeel ook geldt voor basisolie die als grondstof voor brandstof wordt afgezet, ondanks dat de eerdere uitspraak betrekking had op smeerolie.
De rechtbank concludeerde dat de basisolie geen afvalstof is in de zin van de EVOA en dat de overbrenging daarom niet onder de EVOA valt. Hierdoor was het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken omdat de basisolie niet als afvalstof onder de EVOA valt.