Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 oktober 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
- Bij herziening van vergunningen worden de richtwaarden steeds opnieuw getoetst;
- Overschrijding van de richtwaarden is mogelijk tot het referentieniveau van het omgevingsgeluid; daarbij geldt dan wel dat een verhoging van de richtwaarden alleen kan worden toegestaan na toepassing van BBT.
- Overschrijding van het referentieniveau van het omgevingsgeluid tot een maximum “etmaalwaarde” van 55 dB(A) kan in sommige gevallen toelaatbaar worden geacht op grond van een bestuurlijk afwegingsproces. Wanneer het bestaande (vergunde) niveau ten gevolge van de inrichting hoger is dan de “etmaalwaarde” van 55 dB(A) dient bij de opstelling van vergunningvoorschriften de laatstgenoemde waarde of het referentieniveau van het omgevingsgeluid als maximum te worden gehanteerd.
Beslissing
- verklaart het beroep van [eiser 4] en [eiser 1] niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep van de overige eisers gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor wat betreft de daaraan verbonden voorschriften 7.1.3 en 7.1.23 en die van 7.1.1; 7.1.2 beide laatste uitsluitend op meetpunt 30;
- bepaalt dat de voorschriften 7.1.3 en 7.1.23 worden vervangen door de voorschriften zoals genoemd onder randnummer 9.1. van deze uitspraak;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover de voorschriften 7.1.3 en 7.1.23 zijn vernietigd;
- draagt verweerder op ten aanzien van de vergunningvoorschriften 7.1.1 en 7.1.2 een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening ten aanzien van vergunningvoorschrift 7.1.1 dat de grenswaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op meetpunt 30 wordt vastgesteld op 44 voor de dag-, 44 voor de avond- en 40 dB(A) voor de nachtperiode;
- bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening ten aanzien van vergunningvoorschrift 7.1.2 dat de grenswaarde van het maximale geluidniveau op meetpunt 30 wordt vastgesteld op niet meer dan 54 voor de dag-, 65 voor de avond- en 49 dB(A) voor de nachtperiode;
- bepaalt dat deze voorziening vervalt zodra de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep tegen deze uitspraak, tenzij binnen de daarvoor geldende termijn geen hoger beroep is ingesteld. In dat laatste geval vervalt de voorlopige voorziening zes weken nadat verweerder met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit heeft genomen;
- bepaalt dat verweerder aan het betaalde griffierecht van € 168,- vergoedt.